Twaalf dagen buiten de tijd

Je kunt je voorstellen dat de impact van de wintertijd vroeger (toen er nog geen elektriciteit was) groot moet zijn geweest. Men was afhankelijk van zonlicht en soms van maanlicht. Maar men was zich ook bewust van het natuurlijke ritme van dag en nacht, en zomer en winter. Aangezien de uitvinding van elektriciteit relatief kort geleden is, is het menselijk lichaam in honderd- of tienduizenden jaren evolutie nog ingesteld op natuurlijke ritmes.

Daar zijn we ons soms onvoldoende van bewust, of leven we er soms onvoldoende naar. Met allerlei gevolgen van dien. De winter is een tijd waarop je de zon en zijn energie kan gaan missen.

Vroeger vroeg men zich af of de zon überhaupt weer terug zou komen. Het leek alsof de natuur even stilstond. Dat vind je terug in volksgebruiken die afstammen van natuurrituelen en volksgebruiken. Bijvoorbeeld dat in de dagen tussen kerst en 6 januari niet mocht draaien. Geen spinnewiel, koffiemolen of waterrad. Dat wat later in de christelijke tijd Driekoningen is gaan heten, werd duidelijk dat de zon weer in sterkte toenam. Dat was het moment dat men langs de deuren ging met een draaiende zon, als teken dat de natuur weer op gang kwam. Hier komt het gebruik van de heilige dagen na kerst vandaan.

De kortere dagen werden met name gevoeld in de noordelijke gebieden. In de zuidelijke landen, dichter bij deevenaar, lette men meer op de stand van de maan. Je kunt daarbij de periode van volle maan tot volle maan als tijdsmeting gebruiken. De tijd tussen twee nieuwe manen duurt 29,53 van onze kalenderdagen: de synodische omlooptijd, -maand of lunatie. De oudste kalenders die we kennen gaan uit van twaalf lunaties. Twaalf maanden of een jaar bestaat dan uit 354,36 dagen volgens onze telling. Een andere berekening van de omlooptijd van de maan gaat uit van de tijd dat de Maan om de Aarde draait ten opzichte van een vast punt aan de sterrenhemel. Wanneer men hiervan uitgaat, en bepaalt hoeveel tijd er verstrijkt tussen de momenten dat de maan weer op hetzelfde punt ten opzichte van bepaalde sterren staat.

Dan kom je op een cyclus van 27,3 dagen uit. Dit wordt de siderische maand genoemd. Dertien van deze cycli komt uit op 354,9 dagen van onze kalender. Een zonnejaar bestaat uit 365,25 dagen. Om dit te berekenen, stelt men het jaar vast op de tijd die verloopt tussen twee lentenachteveningen. Dit wordt het tropisch jaar genoemd. Omdat het jaar in deze telling uit ongeveer 365,25 dagen bestaat, gebruikt men afwisselend maanden van dertig en eenendertig dagen, met een schrikkeljaar om de vier jaar. Dat is onze moderne oplossing, het loslaten van de maankalender.

De bepaling van een zonnejaar komt  niet overeen met een veelvoud van de omlooptijd van de maan, welke berekening je ook gebruikt. Wanneer je een maankalender hanteert, missen er in beide gevallen ongeveer elf dagen. Omdat men zowel het zonnejaar kon waarnemen en de maanperiodes aanhielden, werden die dagen beschouwd als 'geen tijd' of 'buiten de tijd' en 'de tijd tussen de jaren'. De duur van deze periode was afhankelijk van de op midwinter volgende volle of donkere maan. Vergelijkbaar is de traditie van Pasen verbonden met de stand van de zon en de eerste volle maan in de lente. Opvallend aan deze periode 'tussen de jaren' is dat de natuur zich ook helemaal teruggetrokken heeft. Voor veel oude volkeren was dit ook de tijd dat de verbinding met de 'andere' wereld -de wereld van de geesten, voorouders, de niet-zichtbare wereld- heel sterk was.

Dit was de tijd voor feesten en rituelen waarbij gestorvenen en andere spirituele wezens de wereld van de levenden konden benaderen. Zoals de tafel dekken voor een mogelijke, onbekende gast, slapen in de stal zodat de voorouders in het bed konden slapen. Een voorbeeld van een decemberfeest in deze traditie dicht bij huis is het Terschellingse Sunderum, wat op zes december wordt gevierd. Mannen gaan gemaskerd en verkleed in zelfgemaakte pakken van natuurlijke materialen 's avonds door de dorpen spoken. Zij dringen huizen binnen waarvan de deur open staat. Het is voor vrouwen verboden zich op straat te vertonen. De mannen moeten proberen onherkenbaar te blijven en maken met verdraaide stemmen opmerkingen over recente gebeurtenissen in het dorp. Het is een volksfeest waarvan vermoed wordt dat de oorsprong in een voor-christelijke periode ligt. Op andere waddeneilanden worden vergelijkbare feesten gevierd in dezelfde periode van het jaar.

Deze non-tijd kon ook bedreigend zijn, er gingen verhalen van demomen en andere kwaadwillende -wezens. Deze wezens wilde men dan verjagen met klokgelui, blazen op een luid-klinkende (midwinter)hoorn. Een terechte aanname zal zijn, dat deze periode sinds de pre-historie een wezenlijk onderdeel van het leven van onze voorouders uitmaakte en daarmee  onderdeel van onze cultuur. De Christelijke kerk heeft dit erkent door deze periode in 567 na Christus (tijdens de Synode van Tours) officieel te benoemen als de “Twaalf Heilige Dagen'. Deze periode duurt van 25 december tot 6 januari, van Kerstmis tot Driekoningen.

Creatieve opdracht

Deze creatieve opdracht gaat om het creëren van een licht in de duisternis, verbonden met water.

Benodigdheden
  • Kaarsjes.
  • Een paar walnoten, liefst mooie grote.
  • Een lont, hiervoor kun je de lontjes uit waxinelichtjes gebruiken.
  • Bijenwas, bijvoorbeeld resten van bijenwaskaarsen of bijenwas-korrels
Uitvoering

Doe de bijenwas in een steelpannetje en verwarm de was tot hij helemaal gesmolten is.

Maak de walnoten zorgvuldig open zodat de beide helften 'heel' blijven en je twee mooie kuipjes krijgt. (Haal de noot eruit en eet die lekker op).

Zet het lontje rechtop in het kuipje en giet er voorzichtig een beetje van het gesmolten bijenwas in. Laat de kaarsjes goed afkoelen en harden voordat je ze ontsteekt.

Nieuws en berichten ontvangen?

Februari 2020
M D W D V Z Z
1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29